Start
Waarom Afrika ?
Programma
Toegang-Organisatie
Journalist v.d vrede
Poppenkast en meer..
Sprekers in de media
Interessant !!
Kinderpagina
Laatste nieuws !!

   

 

 
    

   

 

Kaart van Afrika 2008 Kaart van Afrika 2008 — — Afrika Afrika - - Studiecentrum Studiecentrum

 

http://weblogs.hollanddoc.nl/bridgingthegap

 

Humanistissch Vredesberaad

  

Artikelen:

 #  De strijd om Afrikaanse olie  -  Peter Polder

 #  Uit de weblog van Beatrijs:       Positiever nieuws: Afrikaans politiek leiderschap

  #  Afrikaanse vrouwen eisen controle over grondbezit en productiemiddelen als middel tegen honger en voedselcrisis

# Uraniumbouw in Afrika en de schadelijke effecten daarvan  - Henk van der Keur © 

 # Requiem voor de Ontwikkelingshulp  -  Theo Ruyter             
 

 

   

De strijd om Afrikaanse olie
Door Peter Polder
(Peakoil Nederland)
 
Olie is booming in Afrika. Landen als Nigeria, Angola en Soedan worden steeds belangrijkere olieleveranciers. Samen met de oliewinning nemen de geopolitieke spanningen rond Afrika sterk toe. De VS, Europa, China en Rusland proberen allemaal hun invloed in Afrikaanse olieproducerende landen te vergroten. Tegelijkertijd nemen de sociale spanningen in het continent op dankzij de sterk opgelopen prijs van olie.
 
De permanente oliecrisis
Wie de huidige ontwikkelingen in Afrika wil doorgronden zal iets moeten leren begrijpen over de ontwikkelingen rond fossiele brandstoffen op dit moment.
De vraag naar fossiele brandstoffen is scherp gestegen, vooral veroorzaakt door de groeiende economie in China en India. Tegelijkertijd begint zich, vooral rond olie, een toenemende schaarste af te tekenen. De prijs van zowel olie, gas als kolen is de afgelopen jaren scherp omhoog gegaan. De olieproductie is sinds 2005 amper gestegen en lijkt ergens tussen 2012 en 2017 te gaan beginnen aan een permanente, door geologische factoren afgedwongen daling. In het vakjargon peak oil genoemd.
In de oliegebieden die voor het westen belangrijk zijn zoals de Noordzee, Alaska en het Cantarell veld in Mexico is de productie al sterk gedaald. Ongemerkt zijn we in een nieuwe oliecrisis beland. De olie is niet op, maar het wordt wel steeds moeilijker om olie te winnen. Een extra complicerende factor is dat de meeste oliereserves in handen zijn van staatsoliemaatschappijen, of bestaat uit moeilijk winbare onconventionele olie. Westerse oliebedrijven bezitten nog maar 13% van alle oliereserves, en hun aandeel krimpt elk jaar verder. De enige regio waar nog een groeiende productie te verwachten is, is Afrika.
 
Olie in Afrika
Hoewel het continent slechts 10% van alle oliereserves bevat, bestaat die wel uit eenvoudig te winnen en makkelijk raffineerbare olie. Vooral de olie uit de Golf van Guinea is van hoge kwaliteit en strategisch gelegen ten opzichte van de Europese en Amerikaanse markten. Bovendien zijn er geen sterke overheden en staatsoliebedrijven die een al te grote claim kunnen doen op de winsten.
Oftewel: Afrika is in de oliewereld van een niet te onderschatten belang.
Om het belang in cijfers aan te geven, Shell hoopt maar liefst 14% van zijn wereldwijde olieproductie uit Nigeria te halen, 17% van de Amerikaanse vraag naar olie komt uit Afrika, en dat zal door groeien naar 25%, en voor China is het al ongeveer 10%.
 
Dodelijke cirkel
Het winnen van olie in Afrika is natuurlijk wel een heel ander spelletje dan oliewinning in de Golf van Mexico of de Noordzee. Het continent is notoir corrupt en verschillende oliegebieden in Afrika worden geplaagd door politiek geweld en banditisme. Om die reden zijn veel oliebedrijven vooral geïnteresseerd in de relatief veilige offshore oliewinning. Deels nemen deze bedrijven de politieke en sociale omstandigheden voor lief en proberen die in hun voordeel uit te buiten. Gewapende groepen worden afgekocht, of juist ingezet, om oliebelangen veilig te stellen. Voor de gewapende groepen zijn de grondstoffen de bron van inkomsten. De dodelijke cirkel die hierdoor ontstaat, wakkert overal geweld aan. Een goed voorbeeld is de politiek van Shell in de Nigerdelta om blokkades en ontvoeringen af te kopen, waardoor nieuwe acties werden uitgelokt. Er viel iets te halen.
 
 
 
Geopolitieke machtspel
Verenigde Staten
Het grote geopolitieke machtspel speelt zich op dit moment grotendeels af tussen de VS en China. De VS probeert zijn militaire aanwezigheid in het gebied uit te bouwen. De Amerikanen zijn al enige tijd (vergeefs) op zoek naar een vestigingsplaats voor Africom, hun nieuwe Afrikaanse militaire commando. De US Navy is steeds meer aanwezig in Afrikaanse wateren, ze bieden wapens en training aan in verschillende landen en hebben militaire bases gebouwd zoals in Djiboutti. Amerikaanse oliebedrijven hebben vooral grote belangen in Tjaad, en aan de Afrikaanse Westkust (Nigeria en Angola). De VS werkt hierin nauw samen met de oude kolonisators Engeland en Frankrijk en gebruikt ook ontwikkelingsgeld en zijn controle over de WTO, het IMF en de Wereldbank om gunstige condities te scheppen voor Westerse oliebedrijven. 
 
China
Waar westerse oliebedrijven al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw aanwezig zijn in het continent, is China een relatieve nieuwkomer.
Verschillende Chinese oliebedrijven proberen, sterk gesteund door de Chinese overheid toegang te krijgen tot oliebronnen. In eerste instantie lukte dit vooral in gebieden waar Westerse oliebedrijven vanwege politieke omstandigheden niet wilden opereren. Een goed voorbeeld hiervan is Soedan. Het unieke aan de Chinese aanpak is dat de oliedeals ondersteund worden door uitgebreide diplomatieke steun, investeringen in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg en de inzet van het Chinese vetorecht in de VN raad op westerse bemoeizucht met Afrikaanse regimes op afstand te houden. De zachte leningen uit China breken de macht van het IMF en de Wereldbank. In een enkel geval worden er ook wapens geleverd en worden Chinese olieprojecten bewaakt door het Chinese leger.
 
Rusland
Op de achtergrond begint ook Rusland meer interesse te krijgen voor Afrika. Het gaat hierbij vooral om Gazprom, de Russische gasgigant, die in Noord Afrika en Nigeria investeert in het vloeibaar (en dus exporteerbaar) maken van aardgas (LNG) en Algerije mee probeert te krijgen in een gas variant van OPEC. Hiermee probeert het zijn monopoliepositie op de Europese gasmarkt te versterken. Ook hier gaan investeringen gepaard met diplomatieke steun en wapendeals.
Professor M.T.Klare, auteur van ondermeer het boek Resource Wars: 'Er is een wapenwedloop gaande in Afrika, gevoed door de jacht op olie. Vooral de VS en China hebben hun oliewinning gemilitariseerd. Afrika wordt steeds belangrijker, niet vanwege de omvang van hun reserves, maar omdat het in een wereld van krimpende reserves als enige een groeipotentieel heeft, en dat werkt als een magneet op oliebedrijven'.
 
Afrika
Hier tegenover staat een groep Afrikaanse landen die geen of nauwelijks olie produceren en steeds meer naar de economische afgrond worden gedreven. Een ontwikkeling die overigens ook terug te zien is binnen olieproducerende landen. In de meeste daarvan verdwijnen de olieopbrengsten naar een kleine elite en profiteert het grootste gedeelte van de bevolking niet mee.
 
De Afrikaanse oliecrisis
In het westen zijn we gewend aan belasting en accijnzen op brandstof. In veel ontwikkelingslanden worden kerosine (om op te koken) en benzine juist gesubsidieerd. Deze subsidies zijn bedoeld om die brandstoffen bereikbaar te houden voor het arme deel van de bevolking en daarmee hun economische overleven te garanderen. Deze politiek is met de huidige olieprijzen onhoudbaar geworden. Het is gewoon niet te financieren.
Indien deze subsidie wordt afgeschaft, ontstaat sociale onrust met de gevolgen voor de economie. Steeds meer verhalen doen de ronde over vissers die wegens de kosten van diesel niet meer uitvaren, of boeren die betalingsproblemen hebben bij de aanschaf van brandstof en kunstmest.
 
Ook de inflatie steekt weer de kop op. In een onderzoek van de Wereldbank naar de effecten van het hoge voedsel, - en energieprijzen op de economie van niet westerse landen wordt een grimmig beeld geschetst. Meer dan 33 landen moeten een steeds groter deel van hun bruto nationaal product besteden aan energie en voedsel. In deze landen ontbreken mogelijkheden (die Westerse landen wel hebben) om hun energievraag te temperen en minder afhankelijk te zijn fossiele brandstoffen. Al onze oude inefficiënte auto's worden doorverkocht naar Afrika, en op veel plaatsen leveren diesel aggregaten de stroom. Pogingen om duurzame energiebronnen uit te bouwen in Afrika zijn tot nu toe erg marginaal en ook hier meestal export gericht.
 
Een kans op vrede in Afrika?
De toegenomen spanningen rond olie, gecombineerd met de crisis veroorzaakt door de hoge olieprijs maken de kans op nieuwe gewapende conflicten in Afrika steeds groter. De olie gerelateerde conflicten die er al zijn in bijvoorbeeld Soedan, Tjaad en de Nigerdelta zullen steeds belangrijker worden en de kans op een vreedzame oplossing wordt kleiner. Journalist Nicholas Shaxson, auteur van 'Poisened Wells, the dirty politics of Arican Oil ' beschrijft olie als een vloek voor Afrika.
 In sommige landen word meer verdiend aan olie als er buitenlandse hulp wordt geboden, maar desondanks worden die landen steeds armer. En intussen organiseren de machthebbers shopping excursies naar Parijs.¨
 
De beste kans om deze ontwikkelingen te doorbreken is hier, en in Afrika onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te doorbreken. We verbruiken nu 87 miljoen vaten olie, per dag. Dat zal, hoe dan ook, afgebouwd moeten worden.
Kansen voor Afrika om juist dan te profiteren van zonnecentrales in de woestijnen van Noord Afrika, tot duurzame biobrandstoffen uit Oeganda, de alternatieve energiebronnen.
©Vredesmagazine en Peter Polder
 

 

=============================================================================================== 
Bericht van
Beatrijs Janssen | 20-08-2008
Deel Uit de weblog van Beatrijs:
Positiever nieuws: Afrikaans politiek leiderschap
Wat positiever nieuws, wat zeg ik, heel positief nieuws is dat ik op dit moment bezig ben bij Wazimba, een jongerenorganisatie die zich richt op Afrikaans politiek leiderschap. Waar het praktisch op neer komt is dat een team van zes, 5 kenianen en ik, een tour gaan maken door 12 sub-sahara afrikaanse landen in 8 weken met twee landrovers. Het doel is om jongeren te stimuleren om actief te worden op het gebied van leiderschap, niet per se op politiek vlak. Door middel van workshops, groepsdiscussies, festivals, debatten willen we bewustwording creëren dat er actie nodig is om nieuwe, eerlijke leiders te vormen. Of dit via VSO kan gaan werken is nog even de vraag…dat zit nu in de bureaucratische molen.
 
Verder….zijn Rosalie en Bernard (een vriend van Ro) bij mij, erg leuk. Ik ben volgens Ro verkeniaansd, wat dat ook moge betekenen. Zij hebben het razend druk met het filmen van verschillende ontwikkelingsprojecten van een vriend van mij hier in Thika. We hebben vorige week een prachtig uitje gemaakt naar Eldoret, daar waar de hele wereld aanwezig was 6 maanden geleden. Uitgebrande huizen waren de open wonden die nog duidelijk zichtbaar waren. De mensen die we spraken waren uiteraard nog vol van de gebeurtenissen van toen, de tijd die zo snel mogelijk vergeten wil worden.
 
Ik ga meer van me laten horen. Dat kan ook makkelijker, ben dagelijks in Nairobi
                ==========================================================

    

Afrikaanse vrouwen eisen controle over grondbezit en productiemiddelen als middel tegen honger en voedselcrisis
.
In de marge van de 25ste regionale Afrikaanse conferentie (ARC) van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO, die van 16 tot 20 juni plaatsvond in de Keniaanse hoofdstad Nairo bi , kwamen ook vrouwen van de meest diverse Afrikaanse basisgroepen samen om zich te beraden over de actuele voedselcrisis.
Sinds de Wereldvoedseltop van 1996 wordt de essentiële rol van vrouwen in de voedselproductie en -voorziening algemeen erkend. Toch blijkt dat relatief weinig vrouwen ook eigenaar zijn van de grond die ze bewerken of van de productiemiddelen die ze gebruiken. Bovendien worden de al beperkte rechten van vrouwen extra zwaar getroffen bij privatiseringen of bij marktgerichte landhervormingen. Ook bij mijnbouwactiviteiten en grootschalige bosbouwprojecten zijn het vaak vrouwen die het zwaarst worden getroffen.
Met de recente forse stijging van de voedselprijzen krijgen alleenstaande vrouwen het moeilijk om het hoofd boven water te houden. In toenemende mate hebben Afrikaanse overheden - daarin geadviseerd door internationale instellingen en donoren - hun steun aan de voedsellandbouw teruggeschroefd en voedselsubsidies afgeschaft. Vrouwen werden daarvan het eerste slachtoffer. Hoewel tot 80 procent van de voedselproductie in Afrikaanse landen door vrouwenhanden gaat, is 60 procent van de mensen die honger lijden een vrouw. "Extra maatregelen dringen zich op om vrouwen ten volle hun rechten op grond en toegang tot productiemiddelen en natuurlijke rijkdommen te garanderen", zegt Fatou Bah van de National Youth Association for Food Security in Gambia.
In de slotverklaring van Nairobi eisen de vrouwen onder andere dat de gelijke toegang van mannen en vrouwen tot land geen ijdele woorden blijven, maar dat Afrikaanse regeringen dringende maatregelen zouden nemen om alle discriminaties weg te werken, vooral wat betreft het erfenisrecht. Binnen de FAO zou een commissie belast moeten worden met de monitoring van alle maatregelen die overheden nemen op het vlak van voedselveiligheid en vrouwenrechten. Tegen de vergadering van staatshoofden en regeringsleiders van de Afrikaanse Unie in 2009 moet er een vooruitgangsrapport liggen met concrete stappen waarop de regeringen kunnen worden afgerekend, eisen de vrouwen. (JVC)
.
25th FAO Africa Regional Conference - Nairobi 2008 African Women's Statement                      
 

Uraniummijnbouw in Afrika en de schadelijke effecten daarvan

Door Henk van der Keur ©

 

Uranium

Uranium wordt gebruikt als brandstof voor het opwekken van kernenergie en kan ook worden gebruikt voor de productie van kernwapens. Voordat het splijtbare uranium kan worden toegepast gaat daar een hele keten van bewerkende en verwerkende stappen aan vooraf. De keten begint met de winning van uraanerts. Deze eerste stap in de kernketen staat in dit artikel centraal. Om te beginnen worden de gebruikte methodes beschreven en de schadelijke effecten daarvan. Vervolgens wordt nader ingegaan op de uraniummijnbouw die in Afrika plaatsvindt.

 

De meeste uraniumertsen worden gedolven in open mijnen (dagbouw) of in ondergrondse mijnen (schachtbouw). Het gehalte uranium in de ertsen is meestal slechts tussen de 0,1 en 0,2 procent. Daardoor moeten er grote hoeveelheden erts worden gedolven om het uranium te verkrijgen. Een 1000 MW kernreactor heeft  volgens de kernindustrie (WNA) 20.000 ton uraniumerts nodig. Daarbij wordt uitgegaan van erts met 1% bruikbaar materiaal. Maar veel reëler is dat je voor die reactor nodig hebt: 101.539 ton uraniumerts (0,2% uranium in erts is een veel reëlere ‘rijkheid’) en dat levert een afvalberg op van 507.696 ton.

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw werd uranium voornamelijk gedolven in dagbouw uit ertslagen die nabij het aardoppervlak lagen. Later werd de mijnbouw steeds meer onder de grond, dus met schachtbouw, voortgezet. Na de afname van de uraniumprijzen op de wereldmarkt in de jaren tachtig werd schachtbouw te duur en werden veel van deze mijnen gesloten.

 

Afvalgesteente

Afvalgesteente wordt geproduceerd tijdens dagbouw als de grond rondom de ertslagen wordt verwijderd en tijdens schachtmijnbouw wanneer er tunnels worden gegraven door de ertsloze zones. De bergen met afvalgesteente bevatten vaak verhoogde concentraties radioactieve stoffen. Andere bergen afval bestaan uit erts met een te lage graad uranium voor verwerking. De overgang tussen afvalgesteente en erts hangt af van technische en economische mogelijkheden. Al deze afvalbergen bedreigen mens en milieu na sluiting van de mijn doordat radongas ontwijkt en sijpelwater vrijkomt dat radioactieve en giftige materialen bevat. Afvalgesteente werd vaak verwerkt in gravel of cement en gebruikt voor de aanleg van wegen en spoorwegen. Gravel met verhoogde niveaus van radioactiviteit werd dus verspreid over grote gebieden.

 

‘Heap leaching’

In sommige gevallen wordt uranium verwijderd uit ertsen door ‘heap leaching’. Dit kan worden gedaan als het uraniumgehalte te laag is om het erts economisch te verwerken in een uraniumfabriek. De loogvloeistof (vaak zwavelzuur) wordt uitgestort op de top van de afvalhoop (‘heap’) en sijpelt door de hoop tot de ondoorlaatbare bodem bereikt aan de voet van de afvalhoop, vanwaar het wordt opgevangen en gepompt naar een verwerkingsfabriek.

Tijdens het uitlogen vormen de hopen of bergen een gevaar vanwege het vrijkomen van stof, radongas en loogvloeistof.

 

‘In Situ Leaching’

Bij in-situ-leaching wordt een loogvloeistof gepompt door in de grond geboorde gaten, waarbij de uraniumhoudende vloeistof van beneden naar boven wordt gepompt. Deze technologie kan alleen worden gebruikt voor uraniumertslagen die in een poreus gesteente zitten dat omgeven is door een niet-poreus gesteente. Deze vorm van uraniumwinning wint aan belang bij een afname van de uraniumprijs. In de VS wordt in-situ-leaching vaak gebruikt. In 1990 waren er alleen al in Texas 32 plaatsen waar in-situ-leaching voor uraniumwinning werd toegepast.

De voordelen van deze technologie zijn: het verminderde risico voor de werknemers op ongelukken en straling; de lagere kosten; en geen noodzaak voor het aanleggen van grote hopen met radioactief en giftig afval, ook wel ‘tailings’ genoemd. De nadelen zijn: het risico op het weglekken van loogvloeistof buiten de ertslagen en als gevolg daarvan besmetting van grondwater; de onvoorspelbare effecten van de loogvloeistof op het gesteente van de ertslagen; de productie van afvalslib en afvalwater bij het herwinnen van de loogvloeistof; en de onmogelijkheid van het herstellen van de natuurlijke condities in de loogzone na het beëindigen van de operatie.

 

Verwerking van het erts

Erts dat gewonnen wordt in dag- of schachtmijnen wordt vermalen en geloogd in een uraniumfabriek. Een uraniumfabriek is een chemische fabriek die ontworpen is voor de extractie van uranium uit erts. Gewoonlijk staan dit soort fabrieken vlakbij de mijnen om transport zoveel mogelijk te beperken. In de meeste gevallen wordt zwavelzuur gebruikt als de het logende middel, maar alkalische loogmiddelen worden ook gebruikt. Het uiteindelijke product van de fabriek wordt meestal aangeduid als “yellow cake” en wordt verpakt en verscheept in vaten.

 

Voorraden en producenten

Volgens cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD 2006) beschikt Australië over de grootste voorraden uranium. Daarna volgen , Kazachstan, Canada en de VS. Zuid-Afrika, Namibië en Niger nemen respectievelijk de vijfde, zesde en achtste plaats in. Andere Afrikaanse landen die in de top 20 staan zijn Algerije en de Centraal Afrikaanse Republiek. De grootste uraniumproducent op dit moment is Canada. Daarna volgen Australië, Kazachstan, Niger, Rusland en Namibië. Van de wereldwijde uraniumproductie nemen de Afrikaanse landen 17,8% voor hun rekening.

 

Uraniummijnbouw in Afrika

Behalve de twee mijnen in Niger (Arlit en Akouta), zijn er twee andere uraniummijnen in bedrijf in Namibië (Rössing en Langer Heinrich), en een reeks goudmijnen in Zuid-Afrika, rondom Johannesburg, waar uranium als bijproduct wordt gedolven. De Rössing mijn in Namibië, die aanvankelijk vorig jaar gesloten zou worden, blijft nu open tot ongeveer 2021. Bij Akouta en de meeste Zuid-Afrikaanse goudmijnen vindt schachtbouw plaats en bij de rest dagbouw.

De uraniummijn bij Shinkolobwe in de Democratische Republiek Congo is gesloten, maar er zijn geruchten dat er nu illegaal mijnbouw plaatsvindt. Een uraniummijn van de Franse onderneming Cogema (thans Areva) bij Mounana in Gabon werd gesloten als gevolg van een milieuramp.

Op dit moment is er één mijn onder constructie: de Kayelekera mijn in Malawi. Verdere mijnen die nog ontwikkeld worden zijn: Imouraren en Azelik in Niger (beide hebben al een vergunning), Trekkopje (procedure voor vergunning bezig) en nog een aantal in Namibië (waarvan procedure nog niet loopt) en voorstellen om in Zuid-Afrika uit ‘tailings’ van goudmijnen alsnog uranium te halen, omdat dit door de voortgaande stijging van de uraniumprijs economisch aantrekkelijk wordt.

 

Niger

De Toeareg, een nomadische bevolkingsgroep, in het noorden van Niger eisen een aandeel in de opbrengsten van de uraniumwinning. In het recente verleden gijzelden de rebellen enige tijd Franse medewerkers van het Franse nucleaire bedrijf Areva dat de uraniummijnen in de noordelijke regio van Niger exploiteert om hun eisen kracht bij te zetten. Begin dit jaar ontving Areva de Public Eye Award van een aantal Zwitserse NGOs die het bedrijf beschouwen als één van ’s werelds meest onverantwoordelijke bedrijven vanwege haar mijnbouwactiviteiten in Niger. Uit onderzoek van de organisaties was gebleken dat de mijnwerker onvoldoende worden geïnformeerd over de gezondheidsrisico’s en dat mijnwerkers met kanker valse diagnoses werden gegeven in het ziekenhuis van het bedrijf. Verder werd het bedrijf beticht van opslag van radioactieve materialen in de open lucht. De Nigerese burgerbeweging “Mouvement citoyen pour la paix, la démocratie et la République” verklaarde in 2007 dat de mijngigant tijdens de 40-jarige exploitatie van de uraniummijnen voor US$ 640 miljoen schade had aangericht.

 

Namibië

De Rössing mijn kwam ruim tien jaar geleden uitgebreid in het Britse nieuws naar aanleiding van een procedure van de ingenieur Edward Connelly tegen zijn voormalige werkgever, de Britse mijngigant Rio Tinto die de uraniummijn exploiteert. Uiteindelijk werd zijn claim van 400.000 Britse pond gehonoreerd door het hoogste Britse gerechtshof. Daarop volgden nieuwe claims, maar die werden niet ontvankelijk verklaard. Door de stijgende uraniumprijzen zal de mijn in twee fases binnenkort worden uitgebreid. Dat geldt evenzo voor de Langer Heinrich uraniummijn die door het Australische bedrijf Paladin Energy Ltd wordt geëxploiteerd.

 

Zuid-Afrika

Eind augustus 2008 gaf Marieke van Riet, in opleiding voor biologielerares aan de Hogeschool Rotterdam, een indrukwekkende presentatie op het kantoor van WISE Amsterdam en de stichting Laka van haar zeer recente ervaringen in de mijnbouwgebieden rond Johannesburg in Zuid-Afrika. Met name de arme zwarte bevolking van de townships heeft zwaar te lijden van de mijnbouwactiviteiten. Ze worden dag in dag uit blootgesteld aan radioactieve en giftige stofdeeltjes zonder dat ze daar bewust van zijn. Ook de gebieden waar ze recreëren, waaronder ook meren waarin ze verkoeling zoeken, zijn zwaar verontreinigd. Door de strijd van enkelingen begint het besef langzaamaan door te dringen in de media.

In samenwerking met lokale NGOs organiseert WISE Amsterdam eind oktober een bijeenkomst in Namibië voor het bepalen van een gezamenlijke strategie tegen de schadelijke effecten van de mijnbouw.

 

Henk van der Keur

Stichting Laka

 

Dit artikel is gebaseerd op informatie die beschikbaar is op de website van het WISE Uranium Project van Peter Diehl bij het onderdeel

Mining & Milling: http://www.wise-uranium.org/indexu.html

Eind september 2008 komt een brochure van Peter Diehl beschikbaar over uraniummijnbouw in Afrika. Het zal ook online beschikbaar komen in pdf-formaat (Engelstalig)

 

Requiem voor de Ontwikkelingshulp

 

 

Theo Ruyter, als vrijwilliger betrokken bij Voor de Verandering, Attac en XminY, heeft gebaseerd op zijn ervaringen (onder andere als ontwikkelingswerker )in Afrika een boekje opengedaan over de door hem geconstateerde effecten van de ontwikkelingshulp.

 

 

"Requiem voor de Hulp. De ondergang van een bedrijfstak" (vlugschrift 18, Uitgeverij Papieren Tijger, Breda, zie ook 'aanraders' bevat zijn analyse en een pleidooi om het over een heel andere boeg te gooien.

 

 

Volgens XminY zijn deze analyse en oproep de moeite waard om te bediscussieren en te ondersteunen. Daarom organiseerde XminY op maandag 28 november 2005 een debat in de Eerste Kamer.

 

 

De gehouden inleidingen en een verslag van het debat kunt u hier als pdf bestanden downloaden.

 

 

Verslag debat "Requiem voor de hulp"

 

Inleiding Theo Ruyter

Inleiding Lou Keune

Inleiding Francine Mestrum

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

to Top of Page