Start
Waarom Afrika ?
Programma
Toegang-Organisatie
Journalist v.d vrede
Poppenkast en meer..
Sprekers in de media
Interessant !!
Kinderpagina
Laatste nieuws !!

 

1. Koert Lindijer  -  Vrede en/of gerechtigheid in Afrika

2.  Koert Lindijer -  Nog altijd is de landbouw handwerk

3. Gerti Hesseling  -  De vloek van de Afrikaanse olie

4. Stichting 3R  -  Vluchtelingenwerk

 
Koert Lindijer
 
Voor plaatsing van onderstaande artikelen heeft het Humanistisch vredesberaad toestemming gekregen van Koert Lindijer.
Kopieren is verboden zonder toestemming NRC-handelsblad en Koert Lindijer
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 
Vrede en/of gerechtigheid in Afrika
Door onze correspondentKoert Lindijer
Internationale Strafhof Aanklachten voor Soedanese leiders kunnen het geweld doen oplaaien
 
                                                                                                                                                                                                                                                                                                            
Aanklachten van het Internationale Strafhof kunnen vredesprocessen in Afrika belemmeren. Dat blijkt bij de rebellenbeweging LRA in Oeganda, en dat kan ook het geval worden in Darfur.
 
De rol van het Internationale Strafhof (ICC) is omstreden in Afrika. De twijfel onder juristen en diplomaten groeit over de vraag of het Strafhof met zijn aanklachten de vrede niet belemmert bij de lopende conflicten in Soedan, Oeganda, de Centraal Afrikaanse Republiek en Congo. Alle twaalf door het ICC uitgevaardigde arrestatiebevelen betreffen Afrikanen. Vredesstichters ervaren het Strafhof, dat is opgericht om de plegers van de zwaarste oorlogsmisdaden te vervolgen, steeds meer als een obstakel.
 
De allereerste aanklachten van het Strafhof waren drie jaar geleden voor vijf verdachten van het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA). De arrestatiebevelen voor de LRA-leiders hebben een vredesakkoord bemoeilijkt en misschien zelfs onmogelijk gemaakt, stelt een analist die betrokken is bij het vredesoverleg.
 
De genocide in 1994 in Rwanda markeerde een omslag voor Afrika. Vanaf de onafhankelijkheid hadden extremisten in dit kleine bergstaatje straffeloos massaslachtingen onder hun tegenstanders kunnen uitvoeren. Toen ze in 1994 een eindoplossing voorbereidden waarbij al hun opponenten in één keer moesten worden geëlimineerd, calculeerden ze dit ongestraft te kunnen doen. Het lukte ze in drie maanden bijna een miljoen mensen te vermoorden.
 
De wreedheden vielen echter zó grootschalig uit, dat het democratiserende continent - ten tijde van de genocide hield Zuid-Afrika zijn eerste vrije verkiezingen - wakker schrok en de roep om een einde te maken aan straffeloosheid toenam. De oprichting van het Aru-sha-tribunaal voor Rwanda en het Speciale Tribunaal voor Sierra Leone, naar aanleiding van de burgeroorlog in dat land in de jaren negentig, markeren die verandering
 
De arrestatiebevelen van het ICC tegen de LRA-leiding vergrootten aanvankelijk de druk op de rebellen om naar de onderhandelingstafel te gaan, want het LRA verwachtte dat het hof als tegenprestatie de aanklachten zou intrekken.
 
Maar inmenging van het Strafhof in lopende conflicten kan geschillen ook verlengen. Het ICC beschikt niet over een eigen politie en is afhankelijk van haar lidstaten om de gedagvaarde verdachten te arresteren. Het Oegandese leger slaagt daar 22 jaar lang al niet in en de aanklachten brachten daarin geen verandering.
 
De arrestatiebevelen hebben dus niets uitgehaald, concludeert een onderhandelaar die betrokken is bij het vredesoverleg. Welke crimineel tekent een vredesverdrag waarbij hij voor een rechtbank moet verschijnen als hij de bush uitkomt? Dat doet niemand, ook LRA-leider Joseph Kony niet. Het vredesakkoord dat na twee jaar onderhandelen op tafel ligt heeft te veel het karakter van een verklaring van overgave. Alleen militaire druk kan hem tot tekenen bewegen.
 
Arrestaties van verdachten betekenen in de Afrikaanse context vaak dat er oorlog moet worden gevoerd. Terroristische groepen als het LRA, maar ook extremistische regeringen als die van Soedan, zullen nu eenmaal niet hun leiders uitleveren in ruil voor vrede, zegt de Oeganda-kenner. Een bestuurder in Noord-Oeganda zei onlangs: Ook wij zijn allemaal voor het bestrijden van straffeloosheid, maar de moeder van Ocampo leeft niet in een vluchtelingenkamp. Luis Moreno-Ocampo is de hoofdaanklager van het ICC.
 
De vandaag verwachte aanklachten door het Strafhof tegen hoge Soedanese leiders wegens vermeende betrokkenheid bij de oorlogsmisdaden in Darfur kunnen het geweld verder doen oplaaien.
 
Hulpverleners vrezen voor hun veiligheid en werk wanneer de Soedanese overheid wraak neemt als reactie op beschuldigingen door het Strafhof. De Afrikaanse Unie en de Arabische Liga waarschuwen voor de negatieve effecten op hun vredesinspanningen. De Soedanese overheid antwoordt veelal met een militair offensief wanneer zij zich door het buitenland onder druk gezet voelt.
 
Het dilemma is gigantisch: gerechtigheid ten koste van vrede? Of vrede maar geen gerechtigheid voor de slachtoffers? De oprichters van het Strafhof argumenteerden dat vrede niet duurzaam kan zijn zonder berechting van de daders. De Oeganda-analist sniert echter: Als je verklaringen van mensenrechtenorganisaties bestudeert, lijkt het wel alsof de arrestatiebevelen van het ICC vooral het westerse rechtsgevoel moeten bevredigen. In Afrika gaat dat ten koste van de mogelijkheid om een onderhandse, dirty deal te sluiten. Dat belemmert de kans op vrede. Er zonder vrede kan geen rechtstaat bestaan. Het gaat hier omprioriteiten.
 
In Mozambique werd begin jaren negentig een dergelijke dirty deal gemaakt. Mozambique is na de burgeroorlog met de rebellengroep Renamo nu een van de meest stabiele Afrikaanse staten met een snel groeiende economie. Renamo evenaarde de misdaden van het LRA. Maar haar leiders werden destijds niet gedreigd met een enkele reis naar het Strafhof in Den Haag. Integendeel, ze werden in de watten gelegd, kregen op kosten van de Verenigde Naties een riante villa en ontvingen ruimhartig veel zakgeld.
 
Vanaf 1955 woedde er een conflict tussen Noord- en Zuid-Soedan, Afrikas langste oorlog. Bij de strijd tussen 1983 en 2005 kwamen naar schatting twee miljoen mensen om en sloegen vier miljoen Zuid-Soedanezen op de vlucht. De oorlog in Zuid-Soedan kende grove schendingen van de mensenrechten, maar toch besloten de onderhandelende partijen bij het vredespact in 2005 elkaar amnestie te verlenen.
 
We moeten geen prioriteit geven aan gerechtigheid maar aan verzoening, zeiden de Zuid-Soedanezen. Net als de Oegandezen dit deden toen ze met het LRA aan tafel schoven voor vredesoverleg. Misschien komt het zelfs nog eens tot vredesoverleg met de nazaten van de Rwandese genocideplegers die nu Oost-Congo terroriseren.
 
Verzoening moet prevaleren boven gerechtigheid China heeft, volgens het BBC-programma Panorama, het VN-wapenembargo tegen Soedan geschonden. Chinese legertrucks zouden door de Soedanese regering zijn gebruikt tegen de bevolking in Darfur. Op een van de trucks werd een Chinees wapen gevonden. De Verenigde Naties vermoedden al langer dat China het wapenembargo schendt, maar konden daar geen bewijzen voor vinden. China, dat nauwe economische banden heeft met Soedan, heeft niet gereageerd op de beschuldiging, maar zegt zich te houden aan alle wapenembargos. Ook zegt China van Khartoum te hebben geëist dat Chinees militair materieel niet wordt ingezet in Darfur.
 
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.
 
Voor plaatsing van onderstaande artikelen heeft het Humanistisch vredesberaad toestemming gekregen van Koert Lindijer.
Kopieren is verboden zonder toestemming NRC-handelsblad en Koert Lindijer
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 
Nog altijd is de landbouw handwerk
Door onze correspondentKoert Lindijer
Landbouw Afrikaanse politieke elite treft blaam voor stagnatie voedselproductie in Afrika
 
Boeren in Kenia moeten meer voor hun veevoeding betalen. De tussenhandel is meer kwijt aan brandstof. Maar ook zonder de hoge wereldprijzen was de landbouw in Afrika al improductief.
 
De hoge voedselprijzen in de wereld bieden Afrika gigantische mogelijkheden. Vol hoop vertelt de Keniaanse landbouweconoom Andrew Karanja in het pluchen kantoor van de Wereldbank in Nairobi over een opleving van de agrarische sector, waarin 80 procent van de Kenias bevolking werkt.
Boerin Gladys Nyambura is niet zo hoopvol. Zij staat met haar voeten in de blubber op haar akker in Wangigi, veertig kilometer ten noorden van de Keniaanse hoofdstad. Ze merkt nog niets van een opbloei: Ik ben te afhankelijk van tussenhandelaren en transporteurs, zij betalen me geen cent meer voor mijn productie en geven daarvoor de schuld aan de hoge olieprijzen. Alleen met meer steun kunnen we onze productie opvoeren.
 
Kenia was eens het succesverhaal van de Afrikaanse landbouw. Met steun van de overheid floreerden de kleine Keniaanse boeren, die in 80 procent van Kenias voedselbehoefte voorzien. Regeringsorganisaties hielpen hen met kunstmest, zaden, marketing en garandeerde vaste prijzen. Volle melkbussen langs landweggetjes en de bouw van thee verwerkende fabriekjes wezen op economische voorspoed, de groei van televisieantennes op boerenhuisjes en de komst van elektrische waterpompen op sociale verandering. Kenia was tot tien jaar geleden zelfvoorzienend in voedsel en zowel kleine boeren als grootgrondbezitters droegen bij aan de export van thee en koffie.
 
Volgens landbouweconoom Karanja maakte de begin jaren negentig door westerse donorinstellingen als het IMF en Wereldbank afgedwongen liberalisering van de Afrikaanse economieën een einde aan de voorspoed. Vaste prijzen voor landbouwproducten en subsidies voor bijvoorbeeld kunstmest werden afgeschaft.
Afrikas landbouwproblemen verschillen per land maar vertonen dezelfde hoofdelementen: beperkte toegankelijkheid tot kunstmest en krediet, gebrek aan opleiding, aan zaaigoed, aan modern gereedschap, aan marktinformatie, aan goede wegen (volgens Donald Kaberuka, hoofd van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gaat 40 procent van Afrikas landbouwproductie verloren door slechte infrastructuur, zoals wegen en opslagplaatsen).
Eenvoudige oplossingen zijn niet voorhanden. Je kan westerse donoren de schuld geven omdat zij de liberalisering hebben afgedwongen, vertelt een Britse landbouwexpert die anoniem wil blijven. Maar de Afrikaanse, politieke elite die landbouw onvoldoende prioriteit geeft, treft evenveel blaam. Het heeft te maken met het algemene gebrek aan ontwikkeling. Een groene revolutie in Afrika kan niet van de grond komen zonder goede wegen en een goed opgeleide bevolking.
 
Boerin Gladys Nyambura (55) draagt namaak rastahaar, kaplaarzen en een ouderwetse bloemetjesrok. Haar schamele hutje brak ze af en met de opbrengsten uit haar arbeid bouwde ze een woning van golfplaten met een vloer van cement en vensters met glas. Ze bezit een plastic sofaset met gehaakte hagelwitte kleedjes over de leuningen. Misschien krijgt ze volgende maand elektriciteit. Ze verbouwt op haar anderhalf hectare grote akker maïs en groentes, ze heeft fruitbomen en houdt varkens, kippen, bijen en één koe. De energieke vrouw staat in de omgeving bekend als vernieuwend, altijd bereid om een uitdaging aan te gaan. Zoals Gladys Nyambura zijn er miljoenen keuterboertjes in Afrika. Ze bieden perspectieven voor groei in de landbouw. Maar kleine boeren hebben smalle marges.
Kunstmest, lacht Gladys Nyambura, dat gebruiken we nooit, veel te duur. Slechts 2 procent van het gebruik van kunstmest in de wereld is in Afrika. Nyambura klaagt over het gebrek aan geld. Voor vernieuwingen heb je investeringen nodig. En om je producten te verkopen, moet je de markt kennen. We weten dat de overheid ons niet meer zal bijstaan. Landbouweconoom Karanja in Nairobi deelt die mening. Er bestaat geen weg terug naar de periode van vóór de liberalisering. De regering vermoordt de privésector als ze nu gesubsidieerde kunstmest zou gaan verstrekken. De boeren moeten niet wachten op de overheid.
 
Malawi verraste dit jaar de wereld door tegen het advies van instellingen als de Wereldbank gesubsidieerde kunstmest aan de boeren te verstrekken, waarna de oogst opvallend hoog uitviel. Tja, wij landbouwexperts zijn sindsdien wel weer gaan nadenken over subsidies, zegt Karanja peinzend. Er is geen weg meer terug naar de situatie van vóór de liberalisering, maar we kunnen de boeren ook niet aan hun lot overlaten. In Kenia wensen we een meer regulerende rol van de regering. Nu heeft de regering zich volledig teruggetrokken, it is free for all. Afrikaanse landbouw heeft dringend technologische vernieuwingen nodig en de regering moet daarbij assisteren.
 
Kleinschalige landbouw in Kenia en vrijwel alle andere landen op het continent geschiedt op primitieve wijze: met de hand aan de schoffel. Terwijl in Azië en Latijns-Amerika de opbrengst per hectare toenam door innovatie stagneert de voedselproductie in Afrika. Als gevolg daarvan zijn ongeveer 300 miljoen Afrikanen permanent ondervoed. Ieder jaar slaan er hongersnoden toe en moet er voor 5 miljard dollar aan voedsel worden geïmporteerd, naast de miljarden aan voedselhulp. Van de 30 door de mondiale hoge voedselprijzen getroffen landen in de wereld liggen er 22 in Afrika. De bevolkingstoename, de trek naar de steden en het achteruitlopen van de vruchtbaarheid van de grond versterken de negatieve trend.
Gladys Nyambura wijst op haar wild knorrende biggen. Drie jaar geleden bezat ze één varken, nu negentien. Het probleem met de landbouw is dat niemand je vraagt wat je erin hebt gestoken. Een half jaar geleden betaalde ik 850 shilling [8,50 euro, red.] voor één zak varkensvoer, nu door de hogere voedselprijzen 1.500. Maar als ik mijn varkens aan het slachthuis verkoop, wil niemand extra betalen om mijn kosten te compenseren. Ik twijfel eraan of ik nu nog wel verder wil met mijn varkens.
Vóór de liberalisering kochten overheidsorganisaties tegen vaste prijzen de boerenproductie op. Het duurde soms maanden voor ze ons uitbetaalden en daarom verkochten we ook toen al vaak tegen lagere prijzen aan privéhandelaren, vertelt een boer uit West-Kenia zonder nostalgie over de tijden van overheidsbemoeienis. De overgang naar de vrije markt was abrupt en kwam met een harde klap. De overheid moet weer bijspringen. Door boeren bijvoorbeeld makkelijk toegang te geven tot leningen, vindt Karanja.
 
De eerste president van Zwart Afrika, de Ghanese leider Kwame Nkrumah, pleitte al vanaf 1958 om de landbouwsector tot de economische spil van het continent te maken. Beloftes en mooie woorden voor de boeren sierden sindsdien talrijke pan-Afrikaanse topbijeenkomsten. Op een vergadering van de Afrikaanse Unie in 2006 beloofden veertig staatshoofden 10 procent van hun begrotingen aan landbouw te besteden. Weinig leiders hielden zich aan hun woorden. Kenia trekt 5 procent uit voor landbouw.
Gladys Nyambura staat op haar bouwland tussen haar bijen en haar bloemen. Mijn vader zat al in de honing, hij was in de wijde omtrek beroemd om zijn smakelijke honingbier. Ze kocht nieuwe bijenkorven en probeert de honing aan de man te brengen. Waar kan ik mijn kleine hoeveelheden honing verkopen, ik weet niet wie er honing opkoopt? vraagt ze zich af.
Chiro Wanjiro komt door het hoge gras aanslenteren. Ze heeft gehoord over Nyamburas onderneming in honing. Ik wil het ook gaan proberen, zegt ze. Ik kom informatie inwinnen. De twee vrouwen praten over de marketing en over een nieuwe website die boerinnen willen openen om informatie uit te wisselen via hun mobiele telefoon.
 
Het mobieletelefoonnetwerk is de afgelopen jaren razendsnel gegroeid in Afrika en in Kenia kan tegenwoordig in vele uithoeken worden gebeld, geld worden overgemaakt per telefoon, internet worden bekeken en informatie over landbouwprijzen in Nairobi worden uitgewisseld.
We moeten onze handen ineen slaan, besluiten beide boerendames beslist. Landbouweconoom Andrew Karanja slaat instemmend met zijn handen op tafel. Dáár begint de oplossing, zegt hij resoluut. Kenia heeft zelfs geen boerenbond. Landbouwers moeten zich organiseren in Afrika. In coöperaties en in vakbonden, om druk uit te oefenen op de politiek. Hun stem wordt niet gehoord
Ontwikkelingsplanologen in Afrika uiten zich optimistisch over de kansen op een groene revolutie. De voedselcrisis heeft sociale, politieke en economische gevolgen voor Afrika. Als gevolg van de inflatie door de hoge voedselprijzen komt de spectaculaire economische groei van de afgelopen jaren op het continent in gevaar. Dat besef heeft nu postgevat onder politici en dat is positief, zei Jacques Diouf, hoofd van de Voedsel- en Landbouworganisatie FAO, vorige week op een Afrikaanse landbouwtop in Nairobi. Afrikaanse ministers beloofden beterschap. William Ruto, de Keniaanse minister van Landbouw: Ik ga ervoor zorgen dat het geld voor mijn ministerie verdubbeld wordt van 5 tot 10 procent van het nationale budget.
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

 

Gerti Hesseling
  
De vloek van de Afrikaanse olie
Korte inleiding tijdens de paneldiscussie op de Universitaire Vredesdagen Universiteit Utrecht op 2 oktober 2007
The Power of energy
Energie: bron van conflict of reden voor vrede
Tijdens de inleiding vanmiddag door professor Coby van der Linde is vooral aandacht besteed aan energieleverende landen als Venezuela en Rusland.
Ik wil het vooral hebben over Afrika.
In de jaren ’90 werd Afrika nog aangeduid als ‘het verloren continent’. Afrika was eencontinent waar bittere armoede heerst, een situatie die door de vele gewelddadige conflicten
en vooral door slecht bestuur van de leiders, maar niet opgelost kon worden. Maar inmiddels is Afrika bezig aan een economische wedergeboorte. Zoals Koert 
Lindijer in zijn artikel in de NRC op 8 september dit jaar stelt:
“De Afrikaanse economieën groeien sinds vijf jaar sneller dan het gemiddelde in de wereld, soms zelfs met meer dan 10 %.”
Voor deze economische groei zijn vele oorzaken aan te wijzen, zoals de schuldenverlichting die de rijke landen en de Wereldbank aan vele Afrikaanse landen hebben verleend, de
economische hervormingen die zijn doorgevoerd, de democratiseringprocessen en het beëindigen van diverse burgeroorlogen. Daar ga ik nu verder niet op in.
Maar een belangrijke reden voor de groei van de economie is zeker de enorme stijging van de grondstofprijzen en de grondstoffenhonger van een aantal grote landen, zoals de Verenigde
Staten, India en China. Met name China heeft een hevig tekort aan grondstoffen.
Voor grondstoffen schuimen de Chinezen tegenwoordig de hele wereld af. In Afrika komen ze voor koper en kobalt naar Zambia en Congo Kinshasa, voor ijzererts en platina naar Zuid-
Afrika en voor hout naar Gabon, Congo Brazzaville en Kameroen. Maar in de allereerste plaats halen ze olie uit Afrika. Tussen een kwart en éénderde van de Chinese oliebehoefte
wordt gedekt door leveranties uit de Golf van Guinee en Soedan. En de regeringen in die landen vinden het prachtig, want de Chinezen zeuren niet over mensenrechten, behoorlijk
bestuur en bestrijding van corruptie. Nee, ze verstrekken vooral gemakkelijk grote leningen.
En Peking heeft, om olieconcessies te verkrijgen, voor miljarden geïnvesteerd in Angola, Nigeria en Soedan. Door de New York Times wordt de wijze van opereren van China
“cowboy kapitalisme’ genoemd en het blad vraagt zich af of de Chinezen de nieuwe kolonisatoren van Afrika worden.
Om me verder tot de olie te beperken: Afrika levert de laatste jaren steeds meer olie. Hoewel de Afrikaanse olie nog maar 10% van de totale wereldproductie uitmaakt, heeft deze olie voor
de vragende landen een paar belangrijke voordelen:
1. de olie is van hoge kwaliteit
2. de meeste olie wordt gevonden aan de kust (de Golf van Guinee) en is daarom gemakkelijk via tankers te transporteren; er zijn dus geen dure en kwetsbare
pijpleidingen nodig;
3. er zijn geen staatsoliemaatschappijen (zoals in Venezuela), maar er wordt gewerkt met zogenaamde ‘product-sharing-agreements’. Dat betekent dat een buitenlandse firma
die een olieconcessie verwerft, met de regering van het olieproducerende land afspreekt dat de opbrengsten, nadat de firma de eigen onkosten heeft terugverdiend,
met de regering deelt. Ik kom daar straks op terug.
4. en tenslotte worden er in Afrika voortdurend nieuwe olievelden gevonden, zoals voor de kust van Mauritanië en Ghana, en in Tsjaad.
In het al eerder genoemde artikel van Koert Lindijer, staat een passage over de vloek van de Afrikaanse olie, die ik in zijn geheel citeer:
“Bij de huidige economische opleving in Afrika, valt de grootste toename van inkomsten waar te nemen in de olieproducerende landen: Nigeria, Angola en Equatoriaal Guinee. In het
dit jaar uitgekomen
Poisoned Well beschrijft de Britse journalist Nicholas Shaxson hoe de olierijke Afrikaanse staten lijden onder hun rijkdom. De olie brengt eerder doem in het land
dan dat het volk verlost wordt van de armoede.
Zo leefden in Nigeria in 1970, vlak voor de olieboom 19 miljoen mensen beneden de armoedegrens. Bijna 37 jaar en 400 miljard dollar aan staatsinkomsten verder, telt het land 90
miljoen bewoners beneden de armoedegrens. Zo verdween volgend het IMF in Angola tussen 1997 en 2002 vier miljard dollar uit de staatskas. En Equatoriaal Guinee, dat in 2005 per
hoofd van de bevolking 6000 dollar incasseerde, besteedde dat jaar 1,8 procent van het bruto nationaal product aan gezondheidszorg en 0,5 procent aan onderwijs.”
Vorige week woensdag publiceerde Transparency International de 2007-editie van de wereldwijde corruptieranglijst. De journalist Bas Vlugt reageerde daarop met een artikel in
AfrikaNieuws dat op internet verschijnt. Hij schrijft dat de organisatie complimenten heeft voor Afrika omdat veel landen in vergelijking met vorig jaar flinke vooruitgang hebben
geboekt. En hij heeft ook een aparte ranglijst voor Afrika opgesteld, gecombineerd met economische indicatoren. Daaruit blijkt, zoals hij het formuleert, dat “de cijfers een knoeihard
omgekeerd verband laten zien tussen welvaart en corruptie. De lijst met de 16 minst corrupte Afrikaanse landen wordt gedomineerd door de meest welvarende landen van Afrika.

 
VLUCHTELINGEN WERK
 
Over 3R
 Stichting 3R (www.stichting3r.nl) is een jonge organisatie die zich richt op het verbeteren van de rechtspositie van vluchtelingen in het Zuiden. Hoewel er veel aandacht bestaat voor noodhulp aan vluchtelingen in tijden van crisis, wordt nogal eens over het hoofd gezien dat vluchten ook het zoeken van bescherming is. Deze bescherming kan in een  gastland pas gegarandeerd worden als iemand officieel als vluchteling is erkend; hierbij gaat het vooral om de zekerheid niet teruggestuurd te worden naar het land dat is ontvlucht.
 
 Maar daarnaast is een officiële status ook noodzakelijk om in het gastland een nieuw leven op te bouwen. Het recht op wonen, werk en opleiding zijn vaak aan deze status verbonden. Helaas is de weg naar officiële erkenning als vluchteling in het Zuiden lang en moeilijk.
Procedures zijn vaak erg bureaucratisch en voor vluchtelingen moeilijk te begrijpen. Bovendien zijn de rechtssystemen van deze landen vaak niet transparant en eerlijk.  Daar bovenop wordt het met de rechten van de eigen bevolking, laat staan die van vluchtelingen, ook niet altijd nauw genomen. Dit alles maakt dat lang niet alle vluchtelingen die recht hebben op een officiële > status deze ook krijgen.
 
Stichting 3R probeert deze vluchtelingen toch een eerlijke kans te geven. Dat doet 3R vooral door ondersteuning van lokale organisaties die gratis en deskundige rechtsbijstand bieden aan vluchtelingen tijdens hun procedures. Daarnaast voert 3R, samen met haar partners in het Zuiden, campagne voor een algemene verbetering van de rechtspositie van vluchtelingen aldaar.
 

 

to Top of Page